16-06-2006
Dinsdag 13 juni heeft de Tweede Kamer de behandeling van de Telecomwet uitgesteld tot nader beraad. Op de agenda stond onder meer een amendement ingediend door kamerleden Aptroot-Hessels.Inmiddels overleggen VVD-Kamerlid Charlie Aptroot en CDA-Kamerlid Jos Hessels over een nieuwe tekst van de voorgestelde wetswijziging. Daarin staat dat gemeenten niet mogen investeren in nieuwe glasvezelnetten, tenzij ze „aannemelijk maken dat zonder deelname van de gemeente een vergelijkbaar netwerk niet binnen een redelijke termijn tot stand komt”. Ook moeten de gemeenten vervolgens proberen om het netwerk binnen een termijn van vijf jaar te verkopen tegen een „verantwoorde prijs”.
Veel protest tegen voorgenomen wetswijzing
Vorige week dinsdag kreeg een wetswijziging ingediend door VVD-kamerlid Charlie Aptroot, waarin gemeenten worden verboden te investeren in glasvezelnetten, onverwacht de steun van het CDA. Brinkhorst keurde het amendement van Aptroot vervolgens af. Het voorgenomen amendement leidde tot veel onrust in Nederland bij gemeenten, Stedenlink en andere organisaties die zich sterk maken voor een open infrastructuur. Uit verschillende hoeken klonk stevig protest tegen het wetsvoorstel. Boudewijn Nederkoorn (directeur van Surfnet) stelde in Planet dat Nederland met deze wetgeving ingaat tegen een Europese trend die juist meer ruimte wil geven aan overheidsinitiatieven. Het amendement gemeentelijke participatie in glasvezelnetwerken tot een minderheidsbelang beperken. Dit heeft tot gevolg dat gemeentelijke initiatieven, met name in minder rendabele gebieden, zoals in het buitengebied, achterstandswijken of minder rendabele bedrijfsterreinen, zoals het meeleggen van mantelbuizen bij de aanleg van riolering, nu al beëindigd zouden moeten worden. Bestaande marktpartijen zien dit niet als rendabel. Maar als de gemeente voor haar rekening en risico een netwerk zou realiseren, zijn marktpartijen bereid hierover diensten aan te bieden.
Geen gedwongen verkoop
Daarnaast is de voorgestelde termijn van vijf jaar ex artikel 5.15, sub 3 onrealistisch. Wie kan in deze branche nu zo ver vooruitkijken. Of er al dan niet binnen vijf jaar door een marktpartij in de aanleg voorzien zal worden, alleen met zekerheid achteraf te bepalen – wanneer het te laat is. Steden hebben de innovatie-trein dan al naar andere regio's (dan vooral ook het buitenland) kunnen zien vertrekken. Het buitengebied zal waarschijnlijk nooit meer aan bod komen. Bovendien is de voorgestelde clausule niet nodig: gezien het transparante besluitvormingsproces waar gemeenten aan zijn gehouden is de doorlooptijd van een breedbandproject nu al snel 2 tot 3 jaar alvorens er een schop in de grond gaat. In die periode hebben marktpartijen alle gelegenheid om of in te stappen, of om het initiatief overbodig te maken.
De verplichting tot verkoop voorgesteld in artikel 5:15 sub 4 en 5 is evenmin hanteerbaar. Gemeente investeren in de regel in het passieve deel, zoals de aanleg van mantelbuizen bij de aanleg van riolering. Een dergelijke investering schrijf je over tientallen jaren af, waardoor een verplichte verkoop binnen 5 jaar nog het meest weg heeft van opzettelijke kapitaalvernietiging van overheidsgeld. Een dergelijke investering in een onrendabel buitengebied zal immers niet veel opbrengen op de telecommarkt.
Tot slot kan het amendement het borgen van de openheid van dit soort netwerken in gevaar brengen. Dat verloopt nu in de regel via het (minderheids) belang van de gemeente of andere publieke partij (soms ook provincies!) waarmee openheid is af te dwingen en kan worden gewaarborgd. Een mogelijke gedwongen verkoop van het aandeel der gemeente brengt ook dit in gevaar.
|